Manuals

Manuals
Woordenlijst: Dell Inspiron 1520 Eigenaarshandleiding

Terug naar inhoudsopgave

Woordenlijst

Dell™ Inspiron™ 1520 Eigenaarshandleiding


Begrippen in deze woordenlijst zijn alleen voor informatieve doeleinden. De beschreven begrippen hebben al dan niet betrekking op uw specifieke computer.


A

AC wisselstroom — De elektriciteitsvorm die de computer voedt wanneer u de netadapterkabel in een stopcontact steekt.

achtergrond — Het achtergrondpatroon of de achtergrondafbeelding op het Windows-bureaublad. Verander uw achtergrond via het Configuratiescherm in Windows. U kunt ook een afbeelding inscannen en deze instellen als achtergrond.

ACPI — advanced configuration and power interface (geavanceerde configuratie- en energie-interface) — Een energiebeheerspecificatie waarmee besturingssystemen van Microsoft® Windows® een computer op stand-by of in de slaapstand kan zetten om de elektrische stroom te besparen die aan elk apparaat wordt toegewezen dat op de computer is aangesloten.

AGP — accelerated graphics port (snelle grafische poort) — Een speciale grafische poort waarmee het systeemgeheugen voor videogerelateerde taken kan worden gebruikt. AGP levert vloeiende videobeelden met zuivere kleuren, vanwege de snellere samenwerking tussen het videoschakelsysteem en het computergeheugen.

AHCI — Advanced Host Controller Interface (geavanceerde hostcontrollerinterface) — Een interface voor een hostcontroller van een SATA vaste schijf dat het opslagstuurprogramma in staat stelt technologieën in te schakelen zoals Native Command Queuing (NCQ) en hot plug.

alleen-lezen — Gegevens en/of bestanden die u kunt weergeven, maar niet kunt bewerken of verwijderen. Een bestand kan de status alleen-lezen hebben, wanneer:

    • Als het bestand op een diskette, cd of dvd staat die fysiek tegen schrijven is beveiligd.
    • Als het bestand zich in een map op een netwerk bevindt en de systeembeheerder alleen aan specifieke personen rechten heeft toegewezen.

ALS — ambient light sensor (omgevingslichtsensor) — Een functie die helpt bij het regelen van de helderheid van het beeldscherm.

antivirussoftware — Een programma ontworpen om virussen te identificeren, te isoleren en/of van de computer te verwijderen.

apparaat — Hardware zoals een schijfstation, printer of toetsenbord die in de computer is geïnstalleerd of erop is aangesloten.

apparaatstuurprogramma — Zie stuurprogramma.

ASF — alert standards format (indeling waarschuwingsstandaarden) — Een standaard voor het definiëren van een mechanisme voor het melden van hardware- en softwarewaarschuwingen aan een beheerconsole. ASF is platform- en besturingssysteemonafhankelijk.


B

batterijlevensduur — De hoeveelheid tijd (jaren) die een batterij van een draagbare computer kan worden gebruikt en opnieuw worden opgeladen.

batterijwerkingsduur — De hoeveelheid tijd (minuten of uren) die een batterij van een draagbare computer de computer kan voeden.

BD — Zie Blu-ray Disc.

BIOS — basisinvoer-/uitvoersysteem — Een programma (of hulpprogramma) dat als een interface werkt tussen de computerhardware en het besturingssysteem. Wijzig deze instellingen niet, tenzij u op de hoogte bent van de effecten ervan op uw computer. Wordt ook System Setup genoemd.

bit — De kleinste gegevenseenheid die door uw computer wordt gebruikt.

Bluetooth® draadloze technologie — Een standaard voor draadloze technologie voor netwerkapparaten met een kort bereik (9 m) waarmee apparaten elkaar automatisch kunnen herkennen.

Blu-ray Disc Blu-ray Disc (BD) is een indeling van een optische schijf gezamenlijk ontwikkeld door de Blu-ray Disc Association (BDA). Op een BD kunt u hoge definitie-video (HD) opnemen die u daarna kunt afspelen en grote hoeveelheden gegevens opslaan: de opslagcapaciteit is vijfmaal zo groot als van een dvd en er kan maximaal 25 GB op een schijf met een enkele laag en 50 GB op een schijf met een dubbele laag.

bps — bits per seconde — De standaardeenheid voor het aangeven van de gegevensoverdrachtssnelheid.

BTU — British thermal unit (Britse eenheid voor energie) — Een eenheid voor warmteafgifte.

bus — Een communicatiepad tussen de onderdelen in de computer.

bussnelheid — De snelheid in MHz die aangeeft hoe snel een bus gegevens kan overbrengen.

byte — De basisgegevenseenheid die door uw computer wordt gebruikt. Een byte is gelijk aan 8 bits.


C

C — Celsius — Een temperatuurseenheid waarbij 0° het vriespunt is en 100° het kookpunt van water.

cache — Een speciaal mechanisme voor snelle opslag in de vorm van een speciale locatie van het hoofdgeheugen of een onafhankelijk apparaat voor snelle opslag. Het cachegeheugen vergroot de efficiëntie van processorbewerkingen.

L1-cache — Primaire cache opgeslagen in de processor.

L2-cache — Secundaire cache die zich buiten de processor kan bevinden of zijn ingebouwd in de processorarchitectuur.

carnet — Een internationaal grensdocument dat tijdelijke invoer in het buitenland vergemakkelijkt. Dit wordt ook wel een goederenpaspoort genoemd.

cd-r — CD recordable — Een opneembare versie van een cd. Gegevens kunnen slechts eenmaal op een cd-r worden opgenomen. Nadat ze zijn opgenomen, kunnen de gegevens niet meer worden gewist of overschreven.

cd-rw — CD rewritable cd — Een herschrijfbare versie van een cd. De gegevens kunnen op een cd-rw-schijf worden geschreven en vervolgens worden gewist en overschreven (opnieuw beschreven).

cd-rw/dvd-station — Een station, ook wel combostation genoemd, dat cd's en dvd's kan lezen en naar cd-rw- (herschrijfbare cd's) en cd-r- (opneembare cd's) schijven kan schrijven. U kunt meerdere keren naar cd-rw's schrijven, maar slechts één keer naar cd-r's.

cd-rw-station — Een station dat cd's kan lezen en naar cd-rw- (herschrijfbare cd's) en cd-r- (opneembare cd's) schijven kan schrijven. U kunt meerdere keren naar cd-rw's schrijven, maar slechts één keer naar cd-r's.

CMOS — Een type elektronisch circuit. Computers gebruiken een kleine hoeveelheid CMOS-geheugen, dat op batterijen werkt, om de datum, tijd en System Setup-opties vast te houden.

COA — Certificate of Authenticity (certificaat van echtheid) — De alfanumerieke code van Windows die te vinden is op een sticker op de computer. Deze wordt ook wel de productcode of Product ID genoemd.

Configuratiescherm — Een Windows-functie waarmee u besturingssysteem- en hardware-instellingen kunt aanpassen, zoals die van het beeldscherm.

Consumenten-IR — infraroodsensor voor de Dell-afstandbediening.

controller — Een chip die het gegevensbeheer regelt tussen de processor en het geheugen of tussen de processor en apparaten.

CRIMM — continuity rambus in-line memory module (in-line continuïteits- en geheugenmodules van rambus — Een speciale module zonder geheugenchips die wordt gebruikt om ongebruikte RIMM-sleuven op te vullen.

cursor — De markering op een beeldscherm of scherm die aangeeft waar de volgende toetsenbord-, touchpad- of muisactie zal plaatsvinden. Vaak is dit een knipperende rechte lijn, een liggend streepje of een kleine pijl.


D

DDR SDRAM — double-data-rate SDRAM (SDRAM met dubbele gegevenssnelheid) — Een SDRAM-type dat de gegevensburstcyclus verdubbelt en zo de systeemprestaties verbetert.

DDR2 SDRAM — double-data-rate 2 SDRAM (SDRAM met dubbele gegevenssnelheid 2) — Een type DDR SDRAM dat gebruikt maakt van een 4-bits prefetch en andere architecturele wijzigingen om de geheugensnelheid tot meer dan 400 MHz te verhogen.

DIMM — dual in-line memory module — Een printplaat met geheugenchips die kan worden verbonden met een geheugenmodule op de systeemkaart.

DIN-connector — Een ronde 6-pins connector die voldoet aan DIN-standaarden (Deutsche Industrie-Norm); de connector wordt doorgaans gebruikt om PS/2-toetsenbord- of muiskabelconnectoren aan te sluiten.

disk striping — Een techniek voor het verspreiden van gegevens over meerdere schijfstations. Disk striping kan bewerkingen versnellen die gegevens ophalen die op schijven zijn opgeslagen. Computers die gebruikmaken van disk striping bieden de gebruiker de mogelijkheid de grootte van de gegevenseenheid of stripebreedte te kiezen.

DMA — direct memory access (directe geheugentoegang) — Een kanaal waarmee bepaalde typen gegevensoverdracht tussen RAM en een apparaat mogelijk zijn om de processor te omzeilen.

DMTF — Distributed Management Task Force (speciale eenheid voor gedistribueerd beheer) — Een consortium van hardware- en softwarebedrijven die beheerstandaarden ontwikkelen voor gedistribueerde desktop- netwerk, ondernemings- en internetomgevingen.

domein — Een groep van computers, programma's en apparaten op een netwerk die als eenheid wordt beheerd met algemene regels en procedures voor gebruik door een specifieke groep gebruikers. Een gebruiker meldt zich aan bij het domein om toegang te krijgen tot de bronnen.

DRAM — dynamic random-access memory (dynamisch RAM) — Geheugen dat informatie opslaat in ingebouwde circuits met condensatoren.

DSL — Digital Subscriber Line — Een technologie die een constante, snelle internetverbinding biedt via een analoge telefoonlijn.

dual-core — Een Intel® technologie waarin twee fysieke rekeneenheden bestaan in een enkel processorpakket, waardoor de rekenefficiëntie en het vermogen tot multitasking wordt vergroot.

dual display mode (dubbele-weergavemodus) — Een beeldscherminstelling waarmee u een tweede monitor kunt gebruiken als een uitbreiding van het huidige beeldscherm. Dit wordt ook wel dubbele schermmodus genoemd.

Dvd-r — opneembare dvd — Een opneembare versie van een dvd. Gegevens kunnen slechts eenmaal op een dvd-r worden opgenomen. Nadat ze zijn opgenomen, kunnen de gegevens niet meer worden gewist of overschreven.

Dvd+rw — herschrijfbare dvd — Een herschrijfbare versie van een dvd. Op een dvd+rw kunt u gegevens opnemen, deze wissen en overschrijven (opnieuw opnemen). (Dvd+rw technologie verschilt van dvd-rw technologie.)

Dvd+rw-station — Een station dat dvd's en de meeste cd's kan lezen en naar dvd+rw-schijven (herschrijfbare dvd's) kan schrijven.

DVI — digitale video-interface — Een standaard voor digitale overdracht tussen een computer en een digitaal videobeeldscherm.


E

ECC — error checking and correction (fouten controleren en corrigeren) — Een geheugentype met speciale circuits die de juistheid van gegevens controleren die het geheugen inkomen en verlaten.

ECP — extended capabilities port (poort met uitgebreide mogelijkheden) — Een parallel connectorontwerp dat verbeterde bidirectionele gegevensoverdracht biedt. ECP gebruikt, net als EPP, directe geheugentoegang voor het overbrengen van gegevens en verbetert in veel gevallen de prestaties.

EIDE — enhanced integrated device electronics (verbeterde geïntegreerde apparaatelektronica) — Een verbeterde versie van de IDE-interface voor vaste schijven en cd-stations.

EMI — elektromagnetische storing — Elektrische storing veroorzaakt door elektromagnetische straling.

ENERGY STAR® — Vereisten van het Environmental Protection Agency (Amerikaanse instantie voor milieubescherming) die de totale consumptie van elektriciteit vermindert.

EPP — enhanced parallel port (verbeterde parallelle poort) — Een parallel connectorontwerp dat bidirectionele gegevensoverdracht biedt.

ESD — electrostatic discharge (elektrostatische ontlading) — Een snelle ontlading van statische elektriciteit. ESD kan geïntegreerde circuits in computer- en communicatieapparatuur beschadigen.

ExpressCard — Een verwijderbare I/O-kaart die voldoet aan de PCMCIA-standaard. Modems en netwerkadapters zijn gangbare types expresskaart. Expresskaarten ondersteunen zowel de PCI Express als de USB 2.0 standaard.

Express-servicecode — Een numerieke code die u vindt op een sticker op uw Dell™-computer. Gebruik de Express-servicecode als u voor ondersteuning contact opneemt met Dell. De service van de Express-servicecode is in sommige landen niet beschikbaar.

extended display mode (uitgebreide-weergavemodus) — Een beeldscherminstelling waarmee u een tweede monitor kunt gebruiken als een uitbreiding van het huidige beeldscherm. Dit wordt ook wel Dual Display-modus genoemd.


F

Fahrenheit — Een temperatuurseenheid waarbij 32° het vriespunt is en 212° het kookpunt van water.

FBD — fully-buffered DIMM (volledig gebufferde DIMM) — Een DIMM met DDR2 DRAM-chips en een Advanced Memory Buffer (AMB, geavanceerde geheugenbuffer) die zorgt voor een snellere communicatie tussen de DDR2 SDRAM-chips en het systeem.

FCC — Federal Communications Commission (federale communicatiecommissie) — Een Amerikaanse instantie verantwoordelijk voor de regelgeving met betrekking tot de communicatie die aangeeft hoeveel straling computers en andere elektronische apparaten mogen afgeven.

formatteren — Het proces dat een station of schijf voor bestandsopslag voorbereidt. Wanneer een schijf of station wordt geformatteerd, wordt de daarop aanwezige informatie gewist.

FSB — front side bus — Het gegevenspad en de fysieke interface tussen de processor en de RAM.

FTP — file transfer protocol (bestandsoverdrachtprotocol) — Een standaard internetprotocol dat wordt gebruikt om bestanden uit te wisselen tussen computers die met het internet zijn verbonden.


G

G — zwaartekracht — Een eenheid van gewicht en kracht.

GB — gigabyte — Een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1024 MB (1.073.741.824 bytes). Wanneer het aantal MB verwijst naar de opslag op een vaste schijf, wordt dit vaak afgerond tot 1.000.000.000 bytes.

geheugen — Een tijdelijke locatie voor gegevensopslag in de computer. De gegevens in het geheugen zijn niet blijvend. Daarom wordt aanbevolen om uw bestanden regelmatig op te slaan terwijl u er aan werkt, en deze altijd op te slaan voordat u de computer uitschakelt. Uw computer kan verschillende soorten geheugen bevatten, zoals RAM, ROM en videogeheugen. Vaak wordt het woord geheugen gebruikt als synoniem voor RAM.

geheugenadres — Een specifieke locatie waar gegevens tijdelijk in RAM worden opgeslagen.

geheugenmodule — Een kleine printplaat waarop zich geheugenchips bevinden en die op de systeemkaart wordt aangesloten.

geheugen toewijzen — Het proces waarmee de computer bij het opstarten geheugenadressen aan fysieke locaties toewijst. Apparaten en software kunnen vervolgens informatie identificeren die voor de processor toegankelijk is.

geïntegreerd — Duidt doorgaans op onderdelen die zich fysiek op de systeemkaart van de computer bevinden. Dit wordt ook wel ingebouwd genoemd.

GHz — gigahertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan duizend miljoen Hz of duizend MHz. De snelheid van computerprocessors, bussen en interfaces wordt vaak in GHz uitgedrukt.

grafische modus — Een videomodus die gedefinieerd kan worden als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren. Grafische modi kunnen oneindig veel verschillende vormen en lettertypen weergeven.

GUI — graphical user interface (grafische gebruikersinterface) — Software die interactie met de gebruiker mogelijk maakt via menu's, vensters en pictogrammen. De meeste programma's die werken onder de besturingssystemen van Windows zijn GUI's.


H

HTTP — hypertext transfer protocol (HyperText-overdrachtsprotocol) — Een protocol voor het uitwisselen van bestanden tussen computers met een internetverbinding.

Hyper-Threading — Hyper-Threading is een Intel-technologie die de algehele computerprestatie kan verbeteren door toe te staan dat één fysieke processor als twee logische processoren functioneert, in staat om bepaalde taken gelijktijdig uit te voeren.

Hz — hertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan 1 cyclus per seconde. Computers en elektronische apparaten worden vaak aangeduid in kilohertz (kHz), megahertz (MHz), gigahertz (GHz) of terahertz (THz).


I

IC — integrated circuit (ingebouwd circuit) — Een halfgeleiderplak of -chip waarop duizenden of miljoenen zeer kleine elektronische onderdelen zijn gemaakt voor gebruik in computer-, audio- en videoapparatuur.

IDE — integrated device electronics (in apparaten ingebouwde elektronica) — Een interface voor apparaten voor massaopslag waarbij de controller in de vaste schijf of in het cd-station is ingebouwd.

IEEE 1394 — Institute of Electrical and Electronics Engineers, Inc. (instituut voor elektro- en elektronicatechnici) — Een geavanceerde seriële bus die gebruikt wordt om IEEE 1394-compatibele apparaten, zoals digitale camera's en dvd-spelers, op de computer aan te sluiten.

infraroodsensor — Sensor voor de Dell-afstandbediening

installatieprogramma — Een programma dat gebruikt wordt om hardware en software te installeren en te configureren. Het programma setup.exe of install.exe wordt bij de meeste softwarepakketten van Windows geleverd. Het Setup-programma verschilt van System Setup.

I/O — input/output (invoer/uitvoer) — Een bewerking of apparaat waarmee gegevens van de computer kunnen worden gehaald of erop kunnen worden gezet. Toetsenborden en printers zijn I/O-apparaten.

I/O-adres — Een adres in RAM dat gekoppeld is aan een specifiek apparaat (zoals een seriële connector, parallelle connector of uitbreidingssleuf) en waarmee de processor met dat apparaat kan communiceren.

IrDA — Infrared Data Association (vereniging voor infraroodgegevens) — De organisatie die internationale standaarden maakt voor infraroodcommunicatie.

IRQ — interrupt request (interruptaanvraag) — Een elektronisch pad dat is toegewezen aan een specifiek apparaat en het apparaat met de processor laat communiceren. Aan elke apparaatverbinding moet een IRQ worden toegewezen. Hoewel dezelfde IRQ aan twee apparaten kan worden toegewezen, kunt u niet op hetzelfde moment met beide apparaten werken.

ISP — Internet service provider (internetserviceaanbieder) — Een bedrijf dat u toegang geeft tot hun hostserver om direct verbinding te krijgen met het internet, e-mail te verzenden en te ontvangen en websites te openen. De internetprovider voorziet u tegen een vergoeding van een softwarepakket, een gebruikersnaam en inbelnummers.


K

Kb — kilobit — Een gegevenseenheid die gelijk is aan 1024 bits. Een maatstelsel voor de capaciteit van in het geheugen geïntegreerde circuits.

KB — kilobyte — Een gegevenseenheid die gelijk is aan 1024 bytes, maar vaak wordt aangeduid met 1000 bytes.

kHz — kilohertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan 1000 Hz.

kloksnelheid — De snelheid in MHz die aangeeft hoe snel computeronderdelen werken die zijn aangesloten op de systeembus.

koelplaat — Een metalen plaat op sommige processors die warmte wegleidt.


L

LAN — local area network — Een computernetwerk dat een klein gebied beslaat. Een LAN is meestal beperkt tot een gebouw of een aantal nabijgelegen gebouwen. Een LAN kan over elke afstand worden verbonden met een andere LAN via telefoonlijnen en radiogolven en zo een WAN (Wide Area Network) vormen.

LCD — liquid crystal display (beeldscherm met vloeibare kristallen) — De technologie die gebruikt wordt bij beeldschermen van draagbare computers en flat-panelmonitoren.

LED — light-emitting diode (licht afgevende halfgeleider) — Een elektronisch onderdeel dat licht afgeeft om de status van de computer aan te duiden.

leesmij-bestand — Een tekstbestand in een softwarepakket of hardwareproduct. Readme-bestanden bevatten normaliter informatie over de installatie en beschrijven productverbeteringen of -correcties, die nog niet eerder zijn gedocumenteerd.

lokale bus — Een gegevensbus die een snelle doorvoer van apparaten naar de processor biedt.

LPT — line print terminal (printerpoort) — De toewijzing van een parallelle verbinding met een printer of ander parallel apparaat.


M

map — Een term die gebruikt wordt om de ruimte op de schijf of op het station te beschrijven waarin bestanden worden georganiseerd en gegroepeerd. Bestanden in een map kunnen op diverse manieren worden weergegeven en gerangschikt, zoals alfabetisch, op datum en op grootte.

Mb — megabit — Een eenheid van geheugenchipscapaciteit die gelijk is aan 1024 Kb.

MB — megabyte — Een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1.048.576 bytes. 1 MB is gelijk aan 1024 KB. Wanneer het aantal MB verwijst naar de opslag op een vaste schijf, wordt dit vaak afgerond tot 1.000.000 bytes.

Mbps — megabits per seconde — Een miljoen bits per seconde. Dit maatstelsel wordt gebruikt bij transmissiesnelheden voor netwerken en modems.

MB/sec — megabytes per seconde — Een miljoen bytes per seconde. Dit maatstelsel wordt gebruikt voor de classificatie van gegevensoverdracht.

mediacompartiment — Een compartiment dat apparaten ondersteunt, zoals optische stations, een tweede batterij of een Dell TravelLite™-module.

MHz — megahertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan 1 miljoen cycli per seconde. De snelheid voor computerprocessoren, bussen en interfaces wordt vaak vermeld in MHz.

Minikaart — Een kleine kaart ontworpen voor ingebouwde randapparatuur, zoals communicatie-NIC's. Een Mini-Card is qua functionaliteit vergelijkbaar is met een standaard PCI-uitbreidingskaart.

Mini PCI — Een standaard voor geïntegreerde randapparataten met de nadruk op communicatie zoals modems en NIC's. Een Mini PCI-kaart is een kleine externe kaart dat qua functionaliteit vergelijkbaar is met een standaard PCI-uitbreidingskaart.

Mobiel breedbandnetwerk (ook bekend als een WWAN) bestaat uit een reeks onderling verbonden computers die via draadloze technologie met elkaar communiceren en biedt internettoegang op dezelfde gevarieerde locaties waar een mobiele telefoondienst beschikbaar is. De computer kan de verbinding met het mobiele breedbandnetwerk behouden ongeacht de fysieke locatie, zolang de computer in het verzorgingsgebied blijft van de mobiele serviceaanbieder.

modem — Een apparaat waarmee de computer via analoge telefoonlijnen met andere computers kan communiceren. Er zijn drie types modem: extern, pc-kaart en intern. Modems worden doorgaans gebruikt voor verbinding met internet en het verzenden en ontvangen van e-mail.

modulecompartiment — Zie mediacompartiment.

MP — megapixel — Een eenheid voor de afbeeldingsresolutie die gebruikt wordt voor digitale camera's.

ms — milliseconde — Een eenheid van tijd die gelijk is aan een duizendste van een seconde. Toegangstijden van opslagapparaten worden vaak gemeten in ms.


N

netwerkadapter — Een chip die netwerkmogelijkheden biedt. Een computer kan een systeemkaart of een PC-kaart hebben met een netwerkadapter. Een netwerkadapter wordt ook wel een NIC (Network Interface Controller, netwerkinterfacekaart) genoemd.

NIC — Zie netwerkadapter.

ns — nanoseconde — Een eenheid van tijd die gelijk is aan een miljardste van een seconde.

NVRAM — nonvolatile random access memory (niet-vluchtige RAM) — Een type geheugen dat gegevens opslaat wanneer de computer is uitgeschakeld of zijn externe stroombron verliest. NVRAM wordt gebruikt voor het behouden van computerconfiguratie-informatie, zoals datum, tijd en andere System Setup-opties.


O

opstartbare cd — Een cd die u kunt gebruiken om de computer op te starten. Zorg ervoor dat u altijd een opstart-cd of -diskette bij de hand hebt in het geval uw harde schijf is beschadigd of uw computer een virus bevat. De Drivers and Utilities media zijn ook opstartbare cd's.

opstartbare schijf — Een schijf die u kunt gebruiken om de computer op te starten. Zorg ervoor dat u altijd een opstart-cd of -diskette bij de hand hebt in het geval uw harde schijf is beschadigd of uw computer een virus bevat.

opstartsequentie — Geeft de volgorde op van de apparaten waarvan de computer probeert op te starten.

optisch station — Een station dat optische technologie gebruikt om gegevens van cd's, dvd's of dvd+rw's te lezen of ernaar te schrijven. Voorbeelden van optische stations zijn cd-stations, dvd-stations, cd-rw-stations en cd-rw/dvd-combostations.


P

parallelle connector — Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt om een parallelle printer op de computer aan te sluiten. Ook bekend als LPT-poort.

partitie — Een fysieke opslaglocatie op een vaste schijf die aan een of meer logische opslaglocaties is toegewezen, ook wel logische stations genoemd. Elke partitie kan meerdere logische stations bevatten.

PCI — peripheral component interconnect (bus voor het onderling verbinden van randapparatuuronderdelen) — PCI is een lokale bus die 32-en 64-bits gegevenspaden ondersteunt en een snel gegevenspad biedt tussen de processor en apparaten, zoals een videospeler, stations en netwerken.

PCI Express — Een wijziging op de PCI-interface die de gegevensoverdrachtspecificatie verhoogt tussen de processor en de apparaten die erop zijn aangesloten. PCI Express kan gegevens overbrengen met snelheden van 250 MB/sec tot 4 GB/sec. Als de PCI Express-chipset en het apparaat met verschillende snelheden kunnen werken, werken ze met de lagere snelheid.

PC-kaart — Een verwijderbare I/O-kaart die voldoet aan de PCMCIA-standaard. Modems en netwerkadapters zijn gangbare types pc-kaart.

PCMCIA — Personal Computer Memory Card International Association (internationale vereniging voor geheugenkaarten van pc's) — De organisatie die standaarden voor PC-kaarten vaststelt.

piekbeveiligers — Voorkomen spanningspieken, die bijvoorbeeld kunnen optreden tijdens een elektrische storm die de computer ingaan via het stopcontact. Piekstroombeveiligers beschermen niet tegen blikseminslag of stroomstoringen die voorkomen wanneer de spanning meer dan 20 procent onder het normale spanningsniveau voor wisselstroom zakt.

Netwerkverbindingen worden niet beschermd door een piekstroombeveiliging. Ontkoppel de netwerkkabel tijdens onweer altijd van de netwerkconnector.

PIO — programmed input/output (geprogrammeerde invoer/uitvoer — Een methode voor het overbrengen van gegevens tussen twee apparaten via de processor als deel van het gegevenspad.

pixel — Een enkele punt op een beeldscherm. Pixels worden gerangschikt in rijen en kolommen om een beeld te vormen. Een videoresolutie, zoals 800 x 600, wordt uitgedrukt als het aantal horizontale pixels bij het aantal verticale pixels.

Plug en Play — De mogelijkheid van de computer om apparaten automatisch te configureren. Plug-en-play levert automatische installatie, configuratie en compatibiliteit met bestaande hardware, wanneer de BIOS, het besturingssysteem en alle apparaten geschikt zijn voor Plug-en-play.

POST — power-on self-test (serie testen bij inschakelen computer) — Diagnostische programma's die automatisch door de BIOS worden geladen en basistesten uitvoeren op de belangrijkste computeronderdelen, zoals het geheugen, vaste schijven en videospelers. Als tijdens POST geen problemen worden gevonden, vervolgt de computer het opstartproces.

processor — Een computerchip die programma-instructies vertaalt en uitvoert. Soms wordt de term CPU (Central Processing Unit) voor processor gebruikt.

PS/2 — personal system/2 — Een connectortype voor het aansluiten van een toetsenbord, muis of toetsenblok die compatibel zijn met PS/2.

PXE — pre-boot execution environment (uitvoeringsomgeving voorafgaan aan het opstarten) — Een WfM-standaard (Wired for Management) waarmee computers die zijn aangesloten op een netwerk en geen besturingssysteem hebben, extern geconfigureerd en opgestart kunnen worden.


R

RAID — redundant array of independent disks (overtollige reeks onafhankelijke schijven) — Een methode om overtollige gegevens te bieden. Sommige algemene toepassingen van RAID omvatten RAID 0, RAID 1, RAID 5, RAID 10 en RAID 50.

RAM — random-access memory — De primaire tijdelijke opslaglocatie voor programma-instructies en gegevens. De informatie die in RAM is opgeslagen, wordt gewist zodra u de computer uitschakelt.

reismodule — Een plastic apparaat dat ontworpen is voor het modulecompartiment van een draagbare computer om het gewicht van de computer te verminderen.

resolutie — De scherpte en helderheid van een afbeelding uitgevoerd door een printer of weergegeven op een monitor. Hoe hoger de resolutie, des te scherper de afbeelding.

RFI — radio frequency interference (radiofrequentiestoring) — Storing die gegenereerd wordt bij doorsnee radiofrequenties, binnen het bereik van 10 kHz tot 100.000 MHz. Radiofrequenties bevinden zich onder aan het elektromagnetische frequentiespectrum en ondervinden eerder storingen dan de hogere frequentiestralingen, zoals infrarood en licht.

ROM — read-only memory (alleen-lezen geheugen) — Geheugen dat gegevens en programma's opslaat die niet kunnen worden verwijderd of waarnaar de computer niet kan schrijven. ROM, in tegenstelling tot RAM, behoudt zijn inhoud als u de computer uitschakelt. Sommige programma's die essentieel zijn voor de besturing van uw computer bevinden zich op ROM.

RPM — revolutions per minute (omwentelingen per minuut) — Het aantal rotaties dat per minuut plaatsvindt. De snelheid van de harde schijf wordt vaak gemeten in RPM.

RTC — real time clock (real-timeklok) — Klok op batterijen op de systeemkaart die de datum en tijd bijhoudt na het uitschakelen van de computer.

RTCRST — real-time clock reset (opnieuw instellen real-timeklok) — Een schakelaar op de systeemkaart van sommige computers die vaak kan worden gebruikt voor het oplossen van problemen.


S

SAS — serial attached SCSI (serieel aangesloten SCSI) — Een snellere, seriële versie van de SCSI-interface (in tegenstelling tot de oorspronkelijke parallelle SCSI-architectuur).

SATA — seriële ATA — Een snellere, seriële versie van de ATA (IDE)-interface.

ScanDisk — Een programma van Microsoft dat bestanden, mappen en de vaste schijf op fouten controleert. ScanDisk wordt vaak uitgevoerd wanneer u de computer opnieuw opstart als deze niet meer reageert.

SCSI — small computer system interface — Een zeer snelle interface die wordt gebruikt om apparaten op een computer aan te sluiten, zoals vaste schijven, cd-stations, printers en scanners. De SCSI kan met een enkele controller meerdere apparaten aansluiten. Toegang tot elk apparaat wordt geregeld via een afzonderlijk identificatienummer op de SCSI-controllerbus.

SDRAM — synchronous dynamic random-access memory (synchroon DRAM) — Een DRAM-type dat gesynchroniseerd is met de optimale kloksnelheid van de processor.

seriële connector — Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt om apparaten op uw computer aan te sluiten, zoals een draagbaar digitaal apparaat of een digitale camera.

Servicelabel — Een barcodelabel op uw computer die de computer identificeert wanneer u Dell Support bezoekt op support.dell.com of wanneer u Dell belt voor klantenservice of technische ondersteuning.

SIM — Subscriber Identity Module (abonnee-identiteitsmodule) — Een SIM-kaart bevat een microchip die spraak- en gegevensoverdrachten codeert. SIM-kaarten kunnen worden gebruikt in telefoons en in draagbare computers.

slaapstand — Een energiebeheermodus die alles in het geheugen op een speciale locatie op de harde schijf opslaat en de computer vervolgens uitschakelt. Wanneer u de computer dan opnieuw opstart, wordt de informatie uit het geheugen dat op de vaste schijf werd opgeslagen, automatisch hersteld.

smartcard — Een kaart met een processor en een geheugenchip. Smart cards kunnen worden gebruikt voor het verifiëren van een gebruiker op computers die zijn uitgerust voor smart cards.

snelkoppeling — Een pictogram waarmee u snel toegang krijgt tot veelgebruikte programma's, bestanden, mappen en stations. Wanneer u een snelkoppeling op het bureaublad van Windows maakt en op het pictogram dubbelklikt, opent u het corresponderende item zonder het eerst te hoeven zoeken. Pictogrammen voor snelkoppelingen veranderen de locatie van bestanden niet. Wanneer u een snelkoppeling verwijdert, heeft dit geen invloed op het oorspronkelijke bestand. U kunt bovendien de naam van een snelkoppelingspictogram aanpassen.

S/PDIF — Sony/Philips Digital Interface (digitale interface van Sony/Philips) — Een indeling van een audio-overdrachtsbestand voor het overbrengen van audio van het ene naar het andere bestand zonder dit te converteren naar en van een analoge indeling, waardoor de kwaliteit van het bestand kan verslechteren.

stand-bymodus — Een energiebeheermodus die alle overbodige computerfuncties uitschakelt om energie te besparen.

Strike Zone™ — Versterkt deel van de platformbasis dat de harde schijf beschermt door te functioneren als resonantiedemper wanneer een computer ergens tegenaan stoot of valt (in- of uitgeschakeld).

stuurprogramma — Software waarmee het besturingssysteem een apparaat zoals een printer kan beheren. Veel apparaten werken niet goed als het juiste stuurprogramma niet op de computer is geïnstalleerd.

SVGA — super-video graphics array — Een videostandaard voor videokaarten en -controllers. Veel voorkomende SVGA-resoluties zijn 800 x 600 en 1024 x 768.

Het aantal kleuren en de resolutie die een programma weergeeft, is afhankelijk van de mogelijkheden van de monitor, de videocontroller en de bijbehorende stuurprogramma's en de hoeveelheid videogeheugen dat op de computer is geïnstalleerd.

S-video TV-uitgang — Een connector die gebruikt wordt om een TV of digitaal audioapparaat op de computer aan te sluiten.

SXGA — super-extended graphics array — Een videostandaard voor videokaarten en -controllers die resoluties ondersteunt van maximaal 1280 x 1024.

SXGA+ — super-extended graphics array plus — Een videostandaard voor videokaarten en -controllers die resoluties ondersteunt van maximaal 1400 x 1050.

systeemkaart — De belangrijkste printplaat in de computer. Deze wordt ook wel moederbord genoemd.

systeemvak — Het gedeelte van de Windows-taakbalk met de pictogrammen, die snel toegang bieden tot programma's en computerfuncties, zoals de klok, de volumeregeling en de afdrukstatus. Dit wordt ook de systeemlade genoemd.

System Setup — Een hulpprogramma dat als een interface werkt tussen de computerhardware en het besturingssysteem. Met systeeminstellingen kunt u door de gebruiker te selecteren opties, zoals datum en tijd of het wachtwoord van het systeem, configureren in de BIOS. Wijzig de instellingen voor dit programma niet, tenzij u op de hoogte bent van de effecten ervan op de computer.


T

TAPI — telephony application programming interface (programmeerinterface voor telefoontoepassingen) — Hiermee kunnen Windows-programma's met veel verschillende telefoonapparaten werken, zoals voor spraak, gegevens, faxen en video.

tegen schrijven beveiligd — Bestanden of media die niet kunnen worden gewijzigd. Wanneer u gegevens wilt beschermen tegen wijzigingen of vernietiging, kunt u deze tegen schrijven beveiligen. Om een diskette tegen schrijven te beveiligen, schuift u het tegen-schrijven-beveiligen-palletje op de 3,5-inch diskette naar de open-positie.

teksteditor — Een programma dat gebruikt wordt om bestanden te maken en te bewerken die alleen tekst bevatten; Windows Kladblok gebruikt bijvoorbeeld een teksteditor. Teksteditors bieden gewoonlijk geen functie voor tekstomloop of opmaak (zoals de optie voor onderstrepen of het wijzigen van lettertypen).

toetscombinatie — Een opdracht waarvoor u meerdere toetsen tegelijk moet indrukken.

TPM — trusted platform module — Een op hardware gebaseerde beveiligingsfunctie die in combinatie met beveiligingssoftware de netwerk- en computerbeveiliging verbetert door functies als bestands- en e-mailbeveiliging in te schakelen.


U

UAC — user account control (gebruikersaccountbeheer) — Beveiligingsfunctie van Microsoft Windows® Vista® waarmee indien ingeschakeld, een extra beveiligingslaag wordt toegevoegd tussen gebruiksaccounts en toegang tot besturingssysteeminstellingen.

uibreidingskaart — Een printplaat die in sommige computers in een uitbreidingssleuf op de systeemkaart wordt geïnstalleerd, waardoor de mogelijkheden van de computer worden uitgebreid. Voorbeelden zijn video-, modem- en geluidskaarten.

uitbreidingssleuf — Een connector op de systeemkaart (in sommige computers) waarin u een uitbreidingskaart kunt steken zodat deze met de systeembus wordt verbonden.

uitgebreide pc-kaart — Een pc-kaart die bij de plaatsing uit de pc-kaartsleuf steekt.

UMA — unified memory allocation (verenigde geheugentoewijzing) — Systeemgeheugen dynamisch toegewezen aan video.

UPS — uninterruptible power supply (continue stroomvoorziening) — Een reservestroombron die wordt gebruikt wanneer de stroom uitvalt of daalt tot een onacceptabel voltageniveau. Een UPS zorgt ervoor dat een computer voor een beperkte tijdsduur blijft functioneren wanneer er geen stroomtoevoer is. UPS-systemen bieden stroomstootonderdrukking en mogelijk ook voltageregulatie. Kleine UPS-systemen leveren batterijvoeding voor een aantal minuten, zodat u uw computer kunt afsluiten.

USB — universal serial bus (universele seriële bus) — Een hardware-interface voor een langzaam apparaat, zoals een toetsenbord, muis, joystick, scanner, luidsprekerset, printer, breedbandapparaat (DSL en kabelmodems), imaging- of opslagapparaat dat compatibel is met USB. Apparaten worden rechtstreeks op een 4 pins socket op uw computer aangesloten, of op een hub met meerdere poorten die op uw computer is aangesloten. USB-apparaten kunnen worden aangesloten en ontkoppeld terwijl de computer aanstaat. Tevens kunnen ze aaneengeschakeld worden.

UTP — unshielded twisted pair (onafgeschermde gevlochte paren) — Beschrijft een kabeltype dat gebruikt wordt bij de meeste telefoonnetwerken en een aantal computernetwerken. Paren niet-afgeschermde draden worden gevlochten voor bescherming tegen elektromagnetische storing, in plaats van deze te omhullen met een metalen mantel.

UXGA — ultra-extended graphics array — Een videostandaard voor videokaarten en -controllers die resoluties ondersteunt van maximaal 1600 x 1200.


V

V — volt — De eenheid van elektrisch vermogen of elektromotieve kracht. Eén volt ontstaat bij een weerstand van één ohm, wanneer een stroom van 1 ampère door die weerstand gaat.

vaste schijf — Een station dat gegevens op een harde schijf leest en ernaar schrijft. De termen vaste schijf en harde schijf worden allebei gebruikt.

vernieuwingsfrequentie — De frequentie in Hz waarmee de horizontale lijnen op het beeldscherm opnieuw worden geladen (ook wel de verticale frequentie genoemd). Hoe hoger de vernieuwingsfrequentie, des te minder flikkeringen in het beeld het menselijk oog kan waarnemen.

videocontroller — De circuits op een videokaart of op de systeemkaart (op computers met een ingebouwde videocontroller) die voor de videomogelijkheden zorgt — in combinatie met de monitor — van uw computer.

videogeheugen — Geheugen dat bestaat uit geheugenchips speciaal voor videofuncties. Videogeheugen is doorgaans sneller dan systeemgeheugen. De grootte van het geïnstalleerde videogeheugen beïnvloedt in de eerste plaats het aantal kleuren dat een programma kan weergeven.

videomodus — Een modus die beschrijft hoe tekst en afbeeldingen op een monitor worden weergegeven. Op beelden gebaseerde software, zoals de besturingssystemen van Windows, werkt in videomodi die kunnen worden gedefinieerd als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren. Op tekens gebaseerde software, zoals teksteditors, werkt in videomodi die kunnen worden gedefinieerd als x kolommen bij y rijen tekens.

videoresolutie — Zie resolutie.

vingerafdruklezer — Een stripsensor die uw unieke vingerafdruk gebruikt om uw gebruikersidentiteit te verifiëren, met als doel de computer te helpen beveiligen.

virus — Een programma dat ontworpen is om u last te bezorgen of om gegevens op uw computer te vernietigen. Een virusprogramma kan van de ene computer op een andere overgaan via een geïnfecteerde diskette, van internet gedownloade software, of e-mailbijlagen. Wanneer een geïnfecteerd programma wordt gestart, wordt het aangehechte virus ook gestart.

Een veel voorkomend virus is een opstartvirus, dat is opgeslagen in de opstartsectoren van een diskette. Als de diskette in het station zit op het moment dat de computer wordt uitgeschakeld en deze wordt vervolgens weer aangezet, wordt de computer geïnfecteerd tijdens het lezen van de opstartsectoren van de diskette. Als de computer eenmaal is geïnfecteerd, kopieert het opstartvirus zichzelf op alle diskettes die worden gelezen of geschreven in die computer, zolang tot het virus is verwijderd.


W

W — watt — De eenheid van elektrisch vermogen. Eén watt is 1 ampère stroom bij 1 volt.

WHr — wattuur — Een eenheid die vaak wordt gebruikt om de geschatte capaciteit van een batterij aan te duiden. Een batterij van 66-WHr kan bijvoorbeeld 66 W vermogen bieden voor 1 uur of 33 W voor 2 uur.

WLAN — wireless local area network (draadloze LAN). Een reeks verbonden computers die met elkaar communiceren via de luchtgolven waarbij gebruik wordt gemaakt van toegangspunten of draadloze routers om internettoegang te bieden.

WPAN — wireless personal area network (draadloze PAN). Een computernetwerk gebruikt voor communicatie tussen computerapparaten (waaronder telefoons en personal digital assistants) in de buurt van een bepaalde persoon.

WWAN — wireless local area network (draadloze WAN). Een snel draadloos gegevensnetwerk dat gebruik maakt van cellulaire technologie en een veel groter geografisch gebied beslaat dan WLAN.

WXGA — wide-aspect extended graphics array — Een videostandaard voor videokaarten en -controllers die resoluties ondersteunt van maximaal 1280 x 800.


X

XGA — extended graphics array — Een videostandaard voor videokaarten en -controllers die resoluties ondersteunt van maximaal 1024 x 768.


Z

ZIF — zero insertion force — Een type socket of connector waarmee een computerchip kan worden geïnstalleerd of verwijderd zonder dat er druk wordt uitgeoefend op de chip of de socket.

Zip — Een populaire indeling voor gegevenscompressie. Bestanden die zijn gecomprimeerd met de zip-indeling worden zip-bestanden genoemd en hebben normaliter de extensie .zip. Een speciaal soort zip-bestand is een zelfuitpakkkend bestand, dat de extensie .exe heeft. U kunt een zelfuitpakkend bestand uitpakken door erop te dubbelklikken.

Zip-station — Een diskettestation met hoge capaciteit ontwikkeld door Iomega Corporation die uitneembare 3,5-inch schijven gebruikt die zipdiskettes worden genoemd. Zip-diskettes zijn iets groter dan gewone diskettes, ongeveer twee keer zo dik en kunnen 100 MB aan gegevens opslaan.


Terug naar inhoudsopgave

 

Laptops | Desktops | Servers | Storage | Monitors | Printers | Laser Printers | Laptop Deals | Alienware | Gaming Laptops | NAS | SAN | Cloud Computing | Desktop Deals | Accessories | Gaming PC | Vostro | Latitude | Ultrabook | VMware
Copyright 1999-2012 Dell Inc. | Terms and Conditions |  Unresolved Issues | Privacy Statement | About Our Ads | Dell Recycling | Contact | | Feedback
AT | AU | BE | BR | CA | CH | CL | CN | CO | DE | DK | ES | FR | HK | IE | IN | IT | JP | KR | MX | MY | NL | NO | PR | RU | SE | SG | US | ALL

snWEB3