Manuals

Manuals
Onderdelen toevoegen en vervangen: Dell Vostro 1500 Eigenaarshandleiding

Terug naar inhoudsopgave

Onderdelen toevoegen en vervangen

Dell™ Vostro™ 1500 Eigenaarshandleiding

  Voordat u begint   Subscriber Identity Module
  Vaste schijf   Draadloze minikaarten
  Optisch station   Flash Cache Module
  Scharnierkap   Interne kaart met de draadloze Bluetooth®- technologie
  Toetsenbord   Knoopbatterij
  Geheugen  


Voordat u begint

Dit hoofdstuk biedt procedures voor het verwijderen en installeren van de onderdelen in uw computer. Tenzij anders aangegeven wordt bij elke procedure van de onderstaande omstandigheden uitgegaan:

Benodigd gereedschap

Voor de procedures in dit document hebt u de volgende gereedschappen nodig:

  • Een kleine platte schroevendraaier

  • Phillips-schroevendraaier

  • Een plastic pennetje

  • Flash BIOS-update (zie de Dell Support-website op support.dell.com)

De computer uitschakelen

KENNISGEVING: Voorkom dat er gegevens verloren gaan door alle geopende bestanden op te slaan en te sluiten en alle geopende programma's af te sluiten voordat u de computer uitschakelt.
  1. Bewaar en sluit alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af.

  2. Sluit het besturingssysteem af:

Windows® XP:

Klik op Start® Afsluiten® Afsluiten.

Windows Vista™:

Klik op de knop Start van Windows Vista en vervolgens op de pijl rechtsonder van het menu Start, zoals hieronder wordt weergegeven, en klik ten slotte op Afsluiten.

De computer schakelt uit zodra het afsluitproces van het besturingssysteem is voltooid.

  1. Zorg ervoor dat de computer en alle aangesloten apparaten zijn uitgeschakeld. Als de computer en de aangesloten apparaten niet automatisch worden uitgeschakeld bij het afsluiten van het besturingssysteem, houdt u de aan/uit- knop ongeveer 4 seconden ingedrukt.

Voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken

Gebruik de volgende veiligheidsrichtlijnen om de computer te beschermen tegen mogelijke schade en om uw persoonlijke veiligheid te garanderen.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
WAARSCHUWING: Hanteer alle onderdelen en kaarten met zorg. Raak de onderdelen of de contactpunten op een kaart niet aan. Houd de kaart bij de randen vast of aan de metalen montagebeugel. Houd een onderdeel, zoals een processor, aan de randen vast en niet aan de pennen.
KENNISGEVING: Uw computer mag alleen door een erkende servicetechnicus worden gerepareerd. Schade veroorzaakt door service die niet door Dell wordt geautoriseerd, valt niet onder de garantie.
KENNISGEVING: Verwijder kabels door aan de connector of aan het treklipje te trekken en niet aan de kabel zelf. Sommige kabels hebben een connector met borglipjes; als u dit kabeltype wilt loskoppelen, moet u op de borglipjes drukken voordat u de kabel verwijdert. Als u connectoren van elkaar haalt, moet u ervoor zorgen dat u ze recht uit de aansluiting trekt om te voorkomen dat de connectorpinnen verbuigen. Zorg ervoor dat u beide connectoren recht en op één lijn houdt wanneer u een kabel aansluit.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de computer door de volgende stappen uit te voeren voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken.
  1. Zorg ervoor dat het werkoppervlak vlak is en schoon om te voorkomen dat er krassen ontstaan op de computerkap.

  2. Schakel de computer uit (zie De computer uitschakelen).

KENNISGEVING: Wanneer u een netwerkkabel wilt ontkoppelen, moet u deze eerst van de computer loskoppelen en daarna pas uit de netwerkaansluiting.
  1. Ontkoppel alle telefoon- of netwerkkabels van de computer.

  2. Haal de stekkers van de computer en alle aangesloten apparaten uit het stopcontact.

KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit het batterijcompartiment te halen voordat u met de computer aan de slag gaat.
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de computer door alleen de batterij te gebruiken die speciaal voor deze Dell-computer is bedoeld. Gebruik geen batterijen die voor andere Dell-computers zijn bedoeld.
  1. Draai de computer om.

  2. Open de ontgrendelingsschuifjes van het batterijcompartiment en klik erop.

  3. Haal de batterij uit het compartiment.

1

batterij

2

vergrendelingsschuifjes (2)

  1. Draai de computer weer om, klap het beeldscherm open en druk op de aan/uit-knop om de systeemkaart te aarden.

  2. Verwijder alle geïnstalleerde kaarten uit de ExpressCard-sleuf (zie Een ExpressCard of blanco ExpressCard verwijderen) en de 8-in-1- geheugenkaartlezer (zie Een geheugenkaart of blanco kaart verwijderen).


Vaste schijf

WAARSCHUWING: Als u de vaste schijf uit de computer verwijdert wanneer de schijf heet is, moet u de metalen behuizing van de vaste schijf niet aanraken.
WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
KENNISGEVING: Voorkom het verlies van gegevens door de computer uit te schakelen (zie De computer uitschakelen) voordat u de vaste schijf verwijdert. Verwijder de vaste schijf niet wanneer de computer nog is ingeschakeld of in de stand-by-modus of in de slaapstand staat.
KENNISGEVING: Vaste schijven zijn ontzettend kwetsbaar. Wees dus voorzichtig met de vaste schijf.
OPMERKING: Dell garandeert geen compatibiliteit met of ondersteuning van vaste schijven van andere fabrikanten dan Dell.
OPMERKING: Als u een vaste schijf installeert die niet van Dell afkomstig is, moet u hierop een besturingssysteem, stuur- en hulpprogramma's installeren (zie Het Microsoft Windows-besturingssysteem herstellen en Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren).

De vaste schijf verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Zet de computer op zijn kop en verwijder de schroeven van de vaste schijf.

1

vaste schijf

2

schroeven vaste schijf (4)

KENNISGEVING: Wanneer de vaste schijf niet in de computer is geplaatst, moet u deze in een beschermende antistatische verpakking bewaren (zie "Bescherming tegen elektrostatische ontlading" in de Productinformatiegids).
  1. Schuif de vaste schijf uit de computer.

  2. Verwijder de twee bezelschroeven van de vaste schijf en trek de bezel van de vaste schijf uit de vaste schijf.

1

bezel vaste schijf

2

bezelschroeven vaste schijf (2)

3

vaste schijf

 

 

De vaste schijf vervangen

  1. Haal de nieuwe schijf uit de verpakking.

Bewaar de originele verpakking om de vaste schijf in te bewaren of te vervoeren.

KENNISGEVING: Oefen stevige en gelijkmatige druk uit om het station op zijn plaats te schuiven. Als u te veel kracht gebruikt, kunt u de connector echter beschadigen.
  1. Schuif de bezel van de vaste schijf die u net uit de oude vaste schijf hebt gehaald in de nieuwe vaste schijf en draai de twee bezelschroeven van de vaste schijf vast.

  2. Schuif de vaste schijf in het vaste-schijfcompartiment totdat deze goed op zijn plaats zit.

  3. Plaats de schroeven van de vaste schijf terug en draai ze vast.

  4. Installeer, indien nodig, het besturingssysteem voor de computer (zie Het Microsoft Windows-besturingssysteem herstellen).

  5. Installeer, indien nodig, de stuur- en hulpprogramma's voor de computer (zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren).

Een vaste schijf retourneren aan Dell

Retourneer uw oude vaste schijf aan Dell in de oorspronkelijke of een vergelijkbare schuimverpakking. Anders kan de vaste schijf bij het transport beschadigd raken.

1

schuimverpakking

2

vaste schijf


Optisch station

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Het optische station verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Draai de computer om.

  3. Verwijder de borgschroef van het optische station.

  4. Plaats een plastic pennetje in de inkeping en duw deze opzij om het optische station uit het compartiment te halen.

  5. Schuif het station uit het compartiment.

1

optisch station

2

inkeping

3

borgschroef apparaat

 

 


Scharnierkap

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit het batterijcompartiment te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.

De scharnierkap verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Klap het beeldscherm zo ver mogelijk open.

KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de scharnierkap door deze niet aan beide kanten tegelijk op te tillen.
  1. Plaats een plastic pennetje in de inkeping om de scharnierkap aan de rechterkant op te tillen.

  2. Haal de kap rustig omhoog door deze van rechts naar links te bewegen en verwijder deze.

1

scharnierkap

2

pennetje

De scharnierkap terugplaatsen

  1. Druk de linkerkant van de kap in de sleuf.

  2. Druk vervolgens van links naar rechts totdat de kap op zijn plaats vastklikt.


Toetsenbord

Zie Het toetsenbord en de touchpad gebruiken voor meer informatie over het toetsenbord.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit het batterijcompartiment te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.

Het toetsenbord verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Verwijder de scharnierkap (zie Scharnierkap).

  3. Verwijder de twee toetsenbordschroeven boven aan het toetsenbord.

KENNISGEVING: De toetsen van het toetsenbord zijn kwetsbaar, zitten snel los en het duurt lang om ze terug te plaatsen. Wees voorzichtig met het verwijderen van het toetsenbord en met het toetsenbord zelf.
  1. Zorg dat u het toetsenbord net genoeg omhoog en iets naar voren haalt om bij de toetsenbordconnector te komen.

  2. Draai de kabelontkoppelhendel richting de voorkant van de computer om de toetsenbordkabel uit de toetsenbordconnector op de systeemkaart te halen.

  3. Schuif de toetsenbordkabel uit de toetsenbordconnector op het kapje van de geheugenmodule DIMM A.

1

toetsenbordschroeven (2)

2

toetsenbord

3

lipjes (5)

4

toetsenbordkabel

5

ontkoppelhendel

 

 

Het toetsenbord terugplaatsen

  1. Schuif de toetsenbordkabel in de toetsenbordconnector op het kapje van de geheugenmodule DIMM A.

  2. Draai aan de kabelontkoppelhendel om de kabel vast te zetten.

  3. Plaats de lipjes aan de voorkant van het toetsenbord in de polssteun.

  4. Druk nu op de rechterrand aan de bovenkant van het toetsenbord om dit op zijn plaats te drukken.

  5. Plaats de twee toetsenbordschroeven boven aan het toetsenbord terug.


Geheugen

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

U kunt het computergeheugen vergroten door geheugenmodules op de systeemkaart te installeren. Zie Specificaties voor informatie over het geheugen dat door de computer wordt ondersteund. Installeer alleen geheugenmodules die voor de computer zijn bedoeld.

OPMERKING: Geheugenmodules die u van Dell koopt, vallen onder de computergarantie.

De computer bevat twee gebruikerstoegankelijke SODIMM-sockets. De ene is bereikbaar via de onderkant van het toetsenbord (DIMM A) en de andere via de onderkant van de computer (DIMM B).

KENNISGEVING: Als uw computer slechts één geheugenmodule bevat, installeert u de geheugenmodule in de connector genaamd DIMMA.
KENNISGEVING: Als u geheugenmodules in twee connectoren moet installeren, installeert u eerst een geheugenmodule in de connector genaamd DIMMA en daarna een module in de connector DIMMB.

De geheugenmodule DIMM A verwijderen

KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).

De geheugenmodule DIMM A is te vinden onder het toetsenbord.

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Verwijder de scharnierkap (zie Scharnierkap).

  3. Verwijder het toetsenbord (zie Toetsenbord).

OPMERKING: Het is niet nodig om de toetsenbordkabel los te koppelen van het kapje van de geheugenmodule.
  1. Haal het kapje van de geheugenmodule omhoog, maar verwijder het niet.

KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector van de geheugenmodule door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borgklemmen van de geheugenmodule.
  1. Haal de zekeringsbeugels aan elk uiteinde van de connector van de geheugenmodule voorzichtig met uw vingers uit elkaar totdat de module eruit springt.

  2. Ontkoppel de module van de connector.

1

kapje geheugenmodule

2

geheugenmodule (DIMM A)

3

metalen borglipjes geheugenmodule (2)

 

 

De geheugenmodule DIMM A terugplaatsen

KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
  1. Lijn de inkeping in de randconnector van de module uit met het lipje in de connectorsleuf.

  2. Schuif de module stevig in de sleuf met een hoek van 45 graden en draai de module naar beneden totdat op zijn plaats klikt. Als u geen klik voelt, verwijdert u de module en probeert u het opnieuw.

OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding.

1

lipje

2

inkeping

  1. Plaats het kapje van de geheugenmodule terug.

  2. Plaats het toetsenbord en de scharnierkap terug.

  3. Plaats de batterij in het batterijcompartiment of steek de netadapter in de computer en in een stopcontact.

  4. Schakel de computer in.

Bij het opstarten van de computer wordt het extra geheugen gedetecteerd en de systeemconfiguratiegegevens automatisch bijgewerkt.

Ga de hoeveelheid geheugen na die op de computer is geïnstalleerd:

  • Windows® XP

    • Klik met de rechtermuiskop op het pictogram op het bureaublad en klik vervolgens op Eigenschappen® Algemeen.

  • Windows Vista™

    • Klik op de knop Start van Windows Vista , klik met de rechtermuisknop op Computer en klik daarna op Eigenschappen.

De geheugenmodule DIMM B verwijderen

De geheugenmodule DIMM B is te vinden onder het kapje van de geheugenmodule aan de onderkant van de computer.

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Zet de computer op zijn kop, draai de kopschroef op het kapje van de geheugenmodule los (zie Onderaanzicht) en verwijder dit kapje.

1

deksel geheugenmodule/knoopbatterij

2

kopschroef

KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector van de geheugenmodule door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borgklemmen van de geheugenmodule.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
  1. Haal de zekeringsbeugels aan elk uiteinde van de connector van de geheugenmodule voorzichtig met uw vingers uit elkaar totdat de module eruit springt.

  2. Ontkoppel de module van de connector.

1

borgklemmen (2)

2

geheugenmodule

De geheugenmodule DIMM B terugplaatsen

KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
  1. Lijn de inkeping in de randconnector van de module uit met het lipje in de connectorsleuf.

  2. Schuif de module stevig in de sleuf met een hoek van 45 graden en draai de module naar beneden totdat op zijn plaats klikt. Als u geen klik voelt, verwijdert u de module en probeert u het opnieuw.

OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding.

1

lipje

2

inkeping

KENNISGEVING: Als het kapje van de geheugenmodule moeilijk te sluiten is, verwijdert u de module en installeert u deze opnieuw. Als u te veel kracht uitoefent bij het sluiten, kunt u de computer beschadigen.
  1. Plaats het kapje van de geheugenmodule terug.

  2. Plaats de batterij in het batterijcompartiment of steek de netadapter in de computer en in een stopcontact.

  3. Schakel de computer in.

Bij het opstarten van de computer wordt het extra geheugen gedetecteerd en de systeemconfiguratiegegevens automatisch bijgewerkt.

Ga de hoeveelheid geheugen na die op de computer is geïnstalleerd:

  • Windows® XP

    • Klik met de rechtermuiskop op het pictogram op het bureaublad en klik vervolgens op Eigenschappen® Algemeen.

  • Windows Vista™

    • Klik op de knop Start van Windows Vista , klik met de rechtermuisknop op Computer en klik daarna op Eigenschappen.


Subscriber Identity Module

Met een SIM-kaart (Subscriber Identity Module) kunnen gebruikers op unieke wijze worden geïdentificeerd via een internationale mobiele abonnee-identiteit.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
OPMERKING: Alleen kaarten van het type GSM (HSDPA) hebben een SIM nodig. EVDO-kaarten gebruiken geen SIM.
  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Schuif de SIM-kaart in het SIM-compartiment en plaats het bijgesneden hoekje van de kaart van het compartiment af.

1

batterijcompartiment

2

SIM


Draadloze minikaarten

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit het batterijcompartiment te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.

Als u tegelijk met de computer een draadloze minikaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd. Uw computer ondersteunt drie typen draadloze minikaarten:

  • WLAN (Wireless Local Area Network)

  • Mobiel breedbandnetwerk (of Wireless Wide Area Network)

  • WPAN (Wireless Personal Area Network)

Een WLAN-kaart verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Draai de computer om.

  3. Draai de geborgde schroeven op het kapje van de minikaart los en verwijder het kapje.

1

geborgde schroeven (2)

2

Kapje minikaart

  1. Ontkoppel de antennekabels van de WLAN-kaart.

1

antennekabelconnectoren (2)

2

WLAN-kaart

  1. Maak de WLAN-kaart los door de metalen borglipjes richting de achterkant van de computer te drukken totdat de kaart iets omhoogkomt.

  2. Haal de WLAN-kaart uit de connector van de systeemkaart.

1

metalen borglipjes (2)

2

WLAN-kaart

3

mylar hoes

 

 

Een WLAN-kaart terugplaatsen

KENNISGEVING: De connectoren zijn gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, controleert u de connectoren op de kaart en op de systeemkaart en lijnt u de kaart opnieuw uit.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de WLAN-kaart door geen kabels onder de kaart te plaatsen.
  1. Plaats de connector van de WLAN-kaart in de connector van de systeemkaart genaamd "WLAN" met een hoek van 45 graden.

  2. Druk de andere kant van de WLAN-kaart naar beneden in de borglipjes totdat de kaart op zijn plaats klikt.

  3. Sluit de juiste antennekabels aan op de WLAN-kaart die u installeert:

Als er op het label van de WLAN-kaart twee driehoeken staan (een witte en een zwarte), sluit u de witte antennekabel aan op de connector genaamd "main" (witte driehoek) en de zwarte antennekabel op de connector genaamd "aux" (zwarte driehoek).

Staan er op het label van de WLAN-kaart drie driehoeken (een witte, een zwarte en een grijze), dan sluit u de witte antennekabel aan op de witte driehoek, de zwarte antennekabel op de zwarte driehoek en de grijze kabel op de grijze driehoek.

  1. Zet ongebruikte antennekabels in de mylar beschermhoes vast.

  2. Plaats het kapje van de minikaart terug en draai de geborgde schroeven vast.

Een mobiele breedband- of WWAN-kaart verwijderen

OPMERKING: WWAN is ook beschikbaar op een ExpressCard (zie ExpressCards gebruiken).
  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Draai de computer om.

  3. Draai de geborgde schroeven op het kapje van de minikaart los en verwijder het kapje.

1

geborgde schroeven (2)

2

kapje minikaart

  1. Ontkoppel de twee antennekabels van de WWAN-kaart.

1

antennekabelconnectoren (2)

2

WWAN-kaart

  1. Maak de WWAN-kaart los door de metalen borglipjes richting de achterkant van de computer te drukken totdat de kaart iets omhoogkomt.

  2. Haal de WWAN-kaart uit de connector van de systeemkaart.

1

metalen borglipjes (2)

2

WWAN-kaart

3

mylar hoes

 

 

Een WWAN-kaart terugplaatsen

KENNISGEVING: De connectoren zijn gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, controleert u de connectoren op de kaart en op de systeemkaart en lijnt u de kaart opnieuw uit.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de WWAN-kaart door geen kabels onder de kaart te plaatsen.
  1. Plaats de connector van de WWAN-kaart in de connector van de systeemkaart genaamd "WWAN" met een hoek van 45 graden.

  2. Druk de andere kant van de WWAN-kaart naar beneden in de borglipjes totdat de kaart op zijn plaats klikt.

  3. Sluit de zwarte antennekabel met een grijze streep aan op de connector genaamd "aux" (zwarte driehoek) en de witte antennekabel met een grijze streep op de connector genaamd "main" (witte driehoek).

  4. Zet ongebruikte antennekabels in de mylar beschermhoes vast.

  5. Plaats het kapje terug en draai de geborgde schroeven vast.

Een WPAN-kaart verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Draai de computer om.

  3. Draai de geborgde schroeven op het kapje van de minikaart los en verwijder het kapje.

1

geborgde schroeven (2)

2

kapje

  1. Ontkoppel de blauwe antennekabel van de WPAN-kaart.

  2. Maak de WPAN-kaart los door de metalen borglipjes richting de achterkant van de computer te drukken totdat de kaart iets omhoogkomt.

  3. Haal de WPAN-kaart uit de connector van de systeemkaart.

Een WPAN-kaart terugplaatsen

KENNISGEVING: De connectoren zijn gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, controleert u de connectoren op de kaart en op de systeemkaart en lijnt u de kaart opnieuw uit.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de WPAN-kaart door geen kabels onder de kaart te plaatsen.
  1. Plaats de connector van de WPAN-kaart in de connector van de systeemkaart genaamd "WPAN" met een hoek van 45 graden.

  2. Druk de andere kant van de WPAN-kaart naar beneden in de borglipjes totdat de kaart op zijn plaats klikt.

  3. Sluit de blauwe antennekabel aan op de WPAN-kaart.

  4. Zet ongebruikte antennekabels in de mylar beschermhoes vast.

  5. Plaats het kapje van de minikaart terug en draai de geborgde schroeven vast.


Flash Cache Module

De FCM, of Flash Cache Module, is een intern flashstation dat Microsoft Windows Vista™ helpt de prestaties van de computer te verbeteren. Als u tegelijk met de computer een FCM hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd.

OPMERKING: Windows® XP ondersteunt geen FCM. Er kan onder Windows XP wel een FCM worden geïnstalleerd, maar dit heeft geen effect op de prestaties van de computer.

De FCM verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Zet de computer op zijn kop en verwijder het kapje van de minikaart.

  3. Aard uzelf door een van de metalen connectoren aan de achterkant van de computer aan te raken.

OPMERKING: Als u de ruimte verlaat, moet u uzelf opnieuw aarden wanneer u terugloopt naar de computer.
  1. Maak de FCM los door de metalen borglipjes van de kaart af te duwen totdat de kaart iets omhoog komt.

  2. Verwijder de FCM.

1

metalen borglipjes (2)

2

FCM

De FCM terugplaatsen

KENNISGEVING: Plaats de FCM in de WWAN- of WPAN-sleuf. Plaats geen FCM in de WLAN-kaartsleuf. Hierdoor kan de computer beschadigd raken.
  1. Plaats de connector van de FCM-connector in de connector van de systeemkaart met een hoek van 45 graden.

  2. Druk de andere kant van de FCM naar beneden in de borglipjes totdat de kaart op zijn plaats klikt.


Interne kaart met de draadloze Bluetooth®- technologie

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit het batterijcompartiment te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.

Als u een interne kaart hebt besteld met de draadloze Bluetooth-technologie met de computer, is deze al geïnstalleerd.

De kaart verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Verwijder de scharnierkap (zie Scharnierkap).

  3. Ontkoppel de kabel van de kaart.

  4. Pak het connectorgedeelte van de kaart vast en verwijder de kaart door het onder de borglipjes vandaan te schuiven.

1

borglipje

2

kaart

3

borglipje

4

kabel


Knoopbatterij

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de batterij uit het batterijcompartiment te halen voordat u met de onderdelen in de computer aan de slag gaat.

De knoopbatterij verwijderen

  1. Volg de procedures in Voordat u begint.

  2. Draai de computer om.

  3. Draai de kopschroef op het kapje van de geheugenmodule/knoopbatterij los (zie Onderaanzicht) en verwijder het kapje.

  4. Ontkoppel de knoopbatterijkabel van de systeemkaart.

1

knoopbatterij

2

mylar hoes

3

kabelconnector knoopbatterij

 

 

  1. Schuif de batterij uit de mylar hoes.


Terug naar inhoudsopgave

 

Laptops| Desktops| Business Laptops| Business Desktops| Workstations| Servers| Storage| Monitors| Printers| LCD TVs| Electronics
Copyright 1999-2009 Dell Inc. | Terms and Conditions | Unresolved Issues | Updated Privacy Practices | Dell Recycling | Contact | Feedback |
AT | AU | BE | BR | CA | CH | CL | CN | CO | DE | DK | ES | FR | HK | IE | IN | IT | JP | KR | ME | MX | MY | NL | NO | PA | PR | RU | SE | SG | US | VE | ALL

snWEB5